Ouderonthechting

Ouderonthechting

Parental Alienation ouderonthechting / ouderverstoting

 

Parental Alienation (Richard A. Gardner 1985). is in het Nederlands vertaald in ouderverstoting*.

 

Ik geef de voorkeur aan de term ouderonthechting: een proces waarbij na scheiding en onder bepaalde omstandigheden een gezonde hechtingsband van het kind met een ouder beschadigt of verbreekt.

 

  • Wanneer ouders de loyaliteit van het kind beïnvloeden, voelt het zich onveilig.

 

 

  • Het heeft hiervoor geen gegronde redenen (zoals misbruik, mishandeling of verwaarlozing).

 

Komt ouderonthechting veel voor?

Tussen de 10 en 20% van de kinderen raakt onthecht van een ouder na een scheiding.

 

*Zander, J. (1999). Het Ouderverstotingssyndroom in de Nederlandse Context (Parental Alienation Syndrom in the Dutch Context). Assen: Uitgeverij Servo.

 

In deze korte film van Iris Kelly, die ik met haar toestemming enigszins heb ingekort, is goed te zien hoe ouderonthechting tot stand kan komen.

Zie ook deze BBC opname met uitleg (o.a. van Drs. Karen Woodall).

 

En deze uitleg door Dr. Amy J.L. Baker met goede tips hoe als buitengesloten ouder om te gaan met je kinderen.

 

Dit betoog laat het verdriet en de onmacht zien (en voelen!) van een (inmiddels volwassen) kind dat ouderonthechting heeft meegemaakt.

Wat is het recht van kinderen en ouders op omgang?

De Hoge Raad heeft zich in januari 2014 uitgesproken over het recht van kinderen en ouders op omgang met elkaar (zie en zie) en helder geconcludeerd dat:

 

Het kind en de (niet met het gezag belaste) ouder recht hebben op omgang met elkaar.

 

Onderstaande wetten waarborgen dit recht:

Voor de (niet met het gezag belaste) ouder betreft art. 8 EVRM en 1:377a lid 1 BW.

Wat het kind aangaat niet alleen door die laatstgenoemde bepaling, maar ook door de art. 9 lid 3 IVRK en 24 lid 3 Handvest van de grondrechten van de EU.

 

Wat dient de rechter te doen bij obstructie van de omgang?

Als een (met het gezag belaste) ouder geen medewerking verleent aan de omgangsregeling en de rechter de argumenten daarvoor 'ongenoegzaam' acht, dient de rechter op korte termijn alle gepaste maatregelen te nemen om de (met het gezag belaste) ouder ertoe te bewegen medewerking te verlenen.

 

Voortkomend uit jurisprudentie en de wetgeving heeft de rechter daartoe een groot aantal maatregelen ter beschikking om die ouder te bewegen tot naleving van zijn verplichtingen, zoals:

begeleiding door derden van de omgang;

wijziging van de bestaande omgangsregeling;

opschorting van de verplichting tot betaling van (kinder)alimentatie;

een aansporend boetebeding in de overeenkomst tot regeling van de omgang;

benoeming van een bijzondere curator (art. 1:250 BW);

het treffen van een kinderbeschermingsmaatregel (ondertoezichtstelling);

wijziging van het gezag of van de hoofdverblijfplaats van het kind.

 

Daarnaast kan een beroep worden gedaan op de algemene executiemogelijkheden:

veroordeling tot medewerking aan de uitvoering van een omgangsregeling op straffe van een dwangsom (art. 611 Rv);

lijfsdwang (art. 585 Rv).

 

Wat zegt de Europese Wetgeving over omgang?

Active parental participation in proceedings concerning children is required under Article 8 of the Convention (actieve participatie van ouders daar waar het kinderen betreft is een vereiste onder artikel 8 van de Conventie: lees, ouders dienen bereid te zijn om mee te werken aan (begeleide) omgang tussen de kinderen en de andere ouder).

 

Hoe oordeelt de Hoge Raad in Nederland over Artikel 8 van de Conventie?

Autoriteiten dienen voldoende adequate en effectieve maatregelen te nemen om een door de rechter vastgestelde omgangsregeling te doen nakomen (art. 8 EVRM). De belangen van het kind zijn in zulke gevallen paramount (cruciaal).

 

Welke interventies werken bij ouderonthechting?

 

Primaire preventie

Regelmatige omgang met beide ouders [1-3] en het opstellen van een ouderschapsplan werkt als beschermende factoren tegen ouderonthechting [4].

 

Spontaan herstel van de band

Van spontaan herstel wordt gesproken als de verstoorde band met de buitengesloten ouder wordt hersteld zonder gerechtelijke stappen. Dit wordt vaak door externe of interne levensgebeurtenissen, crises of volwassenwording opgewekt [5-7].

 

Interventie bij lichte en matige ouderonthechting

Als ouders instemmen met gezamenlijk gezag, de omgang niet (echt) belemmeren, erkennen dat het kind baat heeft bij de band met de andere ouder, maar wel boos (of verdrietig) blijven en dat in het gedrag naar het kind tot uiting laten komen, spreken we van lichte ouderonthechting.

We spreken van matige ouderonthechting als de emoties van de coalitie-ouder heftiger zijn (grote boosheid, veel verdriet, misschien behoefte aan wraak) en de omgangsregeling niet (helemaal) wordt nageleefd. Kinderen bij matige ouderonthechting laten bij afwezigheid van de coalitie-ouder zien dat het eigenlijk graag omgang wil met de buitengesloten-ouder.

In beide gevallen is sprake van een gezonde hechtingsband van de coalitie-ouder met het kind.

Mediation of rouwverwerking kan dan een oplossing zijn. De Kinderombudsman [8] stelde aan onze regering voor om mediation verplicht (en gesubsidieerd) te stellen.

Wat wordt een obstakelkan zijn, is de (toch nog door sommige advocaten bevestigde) overtuiging dat door rechtsgang omgang kan worden tegengehouden, dan wel voogdijschap kan worden verworven [9].

 

Interventie bij ernstige ouderonthechting

Van ernstige ouderonthechting spreken we als de emoties van coalitie-ouder extreem zijn. De coalitie-ouder blijft sterk gekwetst of boos, in dit soort situaties komt het voor dat valse beschuldigingen van mishandeling, misbruik of verwaarlozing gedaan worden. Het kind vertoont hoge mate van angst voor de buitengesloten-ouder. De hechtingsband tussen de coalitie-ouder en het kind is ongezond: er is sprake van parentificatie (het kind wordt verantwoordelijk gemaakt voor het welzijn van de ouder) [10, 11]. Deze vorm van ouderonthechting is een vorm van emotionele mishandeling van het kind. Indien deze kinderen bij de coalitie-ouder blijven wonen, onthechten zij volledig. De enige optie die dan overblijft, is het kind uit huis plaatsen [12]. Ondanks de gevoelsmatige bezwaren daaraan, blijkt dit noch schadelijk, noch traumatisch te zijn en goed te werken om de hechtingsband te herstellen [13]. Toch wordt deze keuze niet vaak gemaakt, rechtbanken zullen eerder de omgang van het kind met de buitengesloten ouder stopzetten in de hoop dat het kind tot rust komt [14].

Interventie bij ernstige ouderonthechting is niet eenvoudig. Het komt vaak voor dat therapeuten zich -net als familie, vrienden en kennissen- scharen aan de zijde van de coalitie-ouder. Niet alle therapeuten herkennen ouderonthechting immers. Ook ervaren therapeuten die het wel herkennen dat andere professionals de ingezette therapie frustreren, bijvoorbeeld door de coalitie-ouder te adviseren naar de rechter te stappen [15].

 

 

1.Buchanan, C.M., E.E. Maccoby, and S.M. Dornbusch, Caught between parents: Adolescents' experience in divorced homes. Child Development, 1991. 62(5): p. 1008-1029.

2.Forehand, R., et al., Interparental conflict and paternal visitation following divorce: The interactive effect on adolescent competence. Child Study Journal, 1990. 20(3): p. 193-202.

3.Kelly, J.B., Children's living arrangements following separation and divorce: Insights from empirical and clinical research. Family Process, 2007. 46(1): p. 35-52.

4.Bernet, W., Child Custody Evaluations. Child and adolescent psychiatric clinics of north america, 2002. 11(4): p. 781-804.

5.Baker, A.J.L., Parent Alienation Strategies: A qualitative study of adults who experienced parental alienation as a child. American Journal of Forensic Psychology, 2005. 23(4): p. 41-63.

6.Godbout, E. and C. Parent, The life paths and lived experiences of adults who have experienced parental alienation: A retrospective study. Journal of Divorce & Remarriage, 2012. 53(1): p. 34-54.

7.Darnall, D. and B.F. Steinberg, Motivational models for spontaneous reunification with the alienated child: Part II. The American Journal of Family Therapy, 2008. 36(3): p. 253-261.

8.De Kinderombudsman, Vechtende ouders, het kind in de knel: Adviesrapport over het verbeteren van de positie van kinderen in vechtscheidingen. 2014.

9.Crosby, H., Irretrievable breakdown of the child: Minnesota's move toward parenting plans. Hamline Journal of Public Law & Policy, 1999. 21(2): p. 489-540.

10.López, T.J., V.E.N. Iglesias, and P.F. García, Parental Alienation gradient: Strategies for a syndrome. The American Journal of Family Therapy, 2014. 42(3): p. 217-231.

11.Zander, J., Parental Alienation as an outcome of paternal discrimination. New Male Studies, 2012. 1(2): p. 49-62.

12.Rand, D.C., R. Rand, and L. Kopetski, The spectrum of Parental Alienation Syndrome: Part III: The Kopetski follow-up study. American Journal of Forensic Psychology, 2005. 23(1): p. 15-43.

13.Reay, K.M., Family reflections: A promising therapeutic program designed to treat severely alienated children and their family system. The American Journal of Family Therapy, 2015. 43(2): p. 197-207.

14.Warshak, R.A., Family bridges: Using insights from social science to reconnect parents and alienated children. Family Court Review, 2010. 48(1): p. 48-80.

15.Viljoen, M. and E. van Rensburg, Exploring the lived experiences of psychologists working with Parental Alienation Syndrome. Journal of Divorce & Remarriage, 2014. 55(4): p. 253-275.

 

Graag verwijs ik u ook naar*:

Professionals: als u werkt met gescheiden ouders en hun kinderen

Training: voor informatie over de training 'Herken Ouderonthechting' voor professionals

Wie ben ik: als u achtergrond informatie over mij wilt

Oriëntatiegesprek: voor verduidelijking van dit (gratis) contactmoment

Contact: als u een (hulp)vraag heeft

Onderzoek: voor mijn onderzoek naar gedrag van gescheiden ouders in Nederland

Lange-termijn gevolgen: als u wilt weten wat internationaal onderzoek aantoont

 

* door op de blauwe woorden te klikken, komt u op de desbetreffende pagina

Contactgegevens

info@hechtscheiden.com

Volg Hechtscheiden